Solo pelgrimstocht Santiago Hinde

Die avond zaten we met een hele groep onbekende pelgrims aan het diner.

In deze herberg was het gebruikelijk dat iedere pelgrim tijdens het diner even ging staan om zichzelf kort voor te stellen aan de groep.

Zo kwam ik erachter dat de dame met cowboyhoed en tattoos uit Nieuw-Zeeland kwam. Zij had zich inmiddels aangesloten bij een paar landgenoten van haar.

Zelf zat ik aan een tafel met de drie Nederlandse vrouwen.

Het totaal was een bijzonder bont gezelschap van allerlei nationaliteiten en leeftijden, zelfs een ouder echtpaar uit Australië van 80 jaar.

Na het diner verdween de dame met cowboyhoed en tattoos naar een andere slaapzaal en zelf sliep ik in een kamer met de drie Nederlandse vrouwen, Anna, Irma en Josien.

Die nacht begon het vreselijk hard te waaien, zo hard dat slapen met een open raam bijna onmogelijk was. Ik had het vreselijk koud en had er al spijt van dat ik mijn heerlijke dikke donzen slaapzak retour had gestuurd.

Toch sloot ik niet het raam, temeer omdat mijn kamergenoten nogal stellig hadden aangegeven met een open raam te willen slapen. Daardoor durfde ik het raam niet te sluiten.

Het werd voor mij een slapeloze nacht.

De volgende ochtend waaide het nog steeds erg hard. Iedereen stond om 06.00 uur op om die magische Pyreneeën over te steken.

Dat was voor mij echt te vroeg, dus uiteindelijk verliet ik als één van de laatsten de herberg.

De Pyreneeën waren voor mij om twee redenen spannend.

De eerste reden was de angst van het thuisfront, het zou volgens hen een zware overtocht worden.

De tweede reden was vanwege een bijzondere vraag van een vriendin. Zij had mij gevraagd om een foto te maken van het graf van haar broer om te kijken of het graf er nog goed bij lag. Hij was tijdens zijn pelgrimstocht naar Santiago in de Pyreneeën getroffen door de bliksem en ter plekke overleden. Dat verhaal had mij erg geraakt en natuurlijk wilde ik dit graag doen voor haar en haar familie.

Anna, Irma en Josien waren ook vroeg vertrokken. Ik ging alleen op pad. Het stormde zo gigantisch hard dat ik moeite moest doen om niet weggeblazen te worden. Zelfs mijn dikke rugzak kon mij niet recht op de weg houden. Op het pad voor mij zag ik diverse andere wandelaars met opgeblazen windjacken van de ene kant naar de andere kant van de weg zwabberen. Alsof ze zo nu en dan opgetild werden.

Het verbaasde mij enorm dat ik over een asfaltweg liep. Ik had de Pyreneeën totaal anders voorgesteld. De asfaltweg liep geleidelijk omhoog en was absoluut niet steil. Ik had een gigantische klim verwacht, zoals ook het begin van de eerste dag deed vermoeden. Het was met name de harde wind die mij vermoeide.

De bergen zelf zagen eruit als zachte, groene fluwelen dekens met donkergroene, pluizige bollen erop als bomen. De uitzichten waren weids en magnifiek en overal zag ik horden schapen lopen.

Ik genoot zo van deze uitzichten, dat ik het niet eens opmerkte dat ik over de Frans-Spaanse grens heen liep om uiteindelijk de hoogste top, de pas van Cisa te bereiken. Dit was een punt waar diverse pelgrims de tijd namen om te genieten van het prachtige uitzicht.

Verrassend trof ik hier ook weer de drie Nederlandse vrouwen.

'Heb je het graf gezien van de broer van jouw vriendin?', vroeg Irma.

Ik had hen gisteren over mijn speciale opdracht verteld.

Ik schrok enorm en antwoordde:

'Wat erg, ik heb het graf totaal gemist en niet gezien!'

Mijn gezicht kleurde helemaal rood van schaamte, ik voelde dat ik enorm gefaald had.

'Zal ik terug lopen om het graf alsnog te zoeken?'

Terwijl ik dit zei realiseerde ik me tegelijk dat dit niet te doen was na zoveel uren lopen.

Irma zag mijn worsteling en zei heel rustig:

'Wij hebben het graf wel gezien en ook foto’s gemaakt, kijk maar'.

Ze pakte haar grote camera en liet de foto's zien.

'Wauw...wat een bijzonder graf', zuchtte ik diep.

De foto's maakten een enorme indruk op mij.

Hoe was het toch mogelijk dat de broer van mijn vriendin dodelijk getroffen werd door de bliksem? Wat een ongelooflijk groot verdriet.

'Dank je wel hiervoor', stamelde ik enigszins ongemakkelijk.

Irma lachte bescheiden alsof het vanzelfsprekend was dat zij dit gedaan had.

In het dagelijks leven was Irma fotograaf. Dat was mijn grote geluk, de foto's waren prachtig!

Als vier dutchies liepen we samen de heuvel af richting het enorme klooster van Roncesvalles. Wij checkten in en deelden een compartiment met vier bedden in een grote, prachtige slaapzaal.

Na een lange dag was het nu tijd voor een goed glas wijn.

De dame met cowboyhoed en tattoos uit Nieuw-Zeeland was nergens meer te bekennen.

Lees hier Santiago 4

Lees straks verder in mijn boek. Je kunt hier alvast jouw interesse aangeven. Je zit nog nergens aan vast maar ontvangt als eerste alle informatie over het boek.

Ja, ik wil graag op de hoogte blijven van het Santiago boek

Share This

Follow Us