Ik stond aan de grond genageld en kon me niet bewegen.

De slang stak voortdurend in een hoog tempo zijn tong uit.

Angstaanjagend om te zien!

Hoe wist ik nu of deze slang giftig was of niet?

Het wandelpad was hier zo smal dat ik er niet langs kon lopen.

Zou ik over de slang heen kunnen springen?

Onmogelijk met een rugzak van 10 kg…

Zoals gewoonlijk draafden mijn gedachten weer eens flink door.…

Ik was in paniek, wat moest ik doen?

Net op dat moment, alsof het universum mij zojuist gehoord had, gleed de slang al kronkelend naar de zijkant van het pad.

Direct schoot ik in de versnelling en zette het op een lopen.

Een heel stuk verder op het pad durfde ik pas achterom te kijken.

Natuurlijk zag ik niets meer, toch checkte ik bijna dwangmatig of de slang niet stiekem aan mijn rugzak hing…dat was natuurlijk onmogelijk, maar ik moest het toch even zeker weten.

Ongelooflijk, wat was ik bang!

Mijn angst zorgde ervoor dat ik uren later nog steeds in een verhoogd tempo liep.

Ineens bedacht ik me dat ik totaal niet overwogen had om gewoon ‘achteruit te lopen’. De enorme stress zorgde ervoor dat ik maar beperkt kon denken...bizar.

Aan het eind van de middag kwam ik aan in Stia en streek neer op een heerlijk terras op het dorpsplein. Het duurde niet lang of Olga haakte aan en ook Petra en Monique arriveerden in hun geweldige outfit met knalroze en blauwe mutsen op hun hoofden.

Die avond aten we gezellig samen in een pizzeria.

Het was niet alleen gezellig, er was ook voelbare stress.

We moesten de volgende dag opnieuw 1000 meter stijgen en ook weer flink dalen.

Petra en Monique zagen dat niet zitten en waren enorm aan het puzzelen hoe ze met het openbaar vervoer vanuit Stia een andere route konden nemen.

Ik sliep die avond bij Olga in een appartement en wij besloten het klimavontuur aan te gaan. Allebei solo op onze eigen manier. We namen helaas afscheid van Petra en Monique, niet wetend of we hen ooit weer terug zouden zien.

De volgende ochtend verraste Olga mij met een heerlijk, uitgebreid ontbijt.

Vlak voor ons vertrek zei ze:

‘Hinde, I have a present for you’

Ze gaf me een ketting met een houten Tau-kruis eraan. Ik zei verrast:

‘wauw, thank you so much’

Het Tau-kruis, genoemd naar de Griekse letter tau, werd door Franciscus gebruikt om Gods zegen en vrede door te geven.

Het viel me nu pas op dat Olga zelf ook een houten Tau-kruis droeg.

Wat een bijzonder gebaar!

Ondanks dat we elkaar nog niet kenden voelde ik me vanaf dat moment met haar verbonden.

We vertrokken allebei solo uit Stia.

Olga droeg een grote zonnehoed met een enorme strik. Haar rugzak was niet al te groot en aan weerszijden had ze twee grote plastic waterflessen gepropt van elk 1,5 liter om in balans te blijven. Ze had geen routeboek, maar liep met een grote e-reader in haar handen.

Een moderne pelgrim?

Zelf liep ik met een grote rugzak en drie kleine waterflessen, in totaal slechts 1,5 liter. Ik had een belachelijk dik routeboek mee. Ondanks dat ik verder weinig kleding bij me had, zat mijn rugzak toch vol, nu met een notebook voor werk, een mobile router, een powerbank en andere technische troep.

Overdag liepen we allebei alleen over bergen en door dalen, door bossen met hoge bomen zonder enig uitzicht en door velden met gele bloemen en enorm hoge varens. Zo hoog, dat we er compleet in verdwenen, soms bang om er in verstrikt te raken en er nooit meer uit te kunnen komen.

Soms verdwaalde ik, soms voelde ik me opgesloten tussen de hoge bomen, soms rende ik voor het onweer uit, soms een kleine flirt met een Italiaanse mountainbiker en soms voelde ik me eenzaam, omdat ik geen enkele andere pelgrim tegenkwam.

Als mijn powerbank weer eens leeg was, kreeg ik de powerbank van Olga mee voor onderweg. Als zij het koud had, leende ik haar mijn joggingbroek. Als ik honger had, kreeg ik haar laatste voedsel van die dag. Als het onweerde, appten we elkaar of we wel safe waren op het wandelpad.

’s Avonds deelden we onze ervaringen en sliepen we samen in gammele ‘double beds’ in vage hotels of in geval van een volle herberg, als laatste optie in een minitent op een camping. We checkten elkaars lichamen op teken en andere vreemd uitziende wezens.

Op de zesde wandeldag zouden we eindelijk voor het eerst in een klooster overnachten, hoog in de bergen. Het beroemde klooster Santuario della Verna, waar Franciscus de stigmata ontving.

Ik keek er naar uit en zag er tegelijk tegen op.

We moesten die dag opnieuw voor de derde keer in één week 1150 meter stijgen en bijna net zoveel meters weer dalen. Dit klooster lag namelijk op een enorm hoog rotsplateau.

Midden in mijn pittige klim naar de Poggio Montopoli op 1023 meter hoogte liep ik te zuchten en te kreunen. Deze berg was niet alleen belachelijk steil, er leek ook geen einde aan te komen.

Voor het eerst voelde ik letterlijk de woorden in het gedicht van Leonard Nolens:

‘stap trager dan jouw eigen hartslag’

Ik stopte, ging midden op de berg zitten en dacht:

‘dit kan ik niet’

Dit is geen pelgrimage meer maar een survivaltocht, verschrikkelijk afzien!

Tegelijk flitsten de woorden door mijn hoofd die ik onlangs leerde aan mijn lieve pleegdochtertje:

‘als je denkt dat je het kunt, kun je het ook!’

Voor even zag ik haar blije en hoopvolle gezicht voor me.

Ik moest doorgaan, al was het alleen maar om trouw te zijn aan haar en aan mijn eigen woorden.

Bovendien was ik hier ook helemaal alleen in de bergen, ik kwam geen enkele ziel tegen.

De enige geruststellende gedachte was dat Olga ook ergens liep, waarschijnlijk ver voor mij uit.

Uren later zag ik eindelijk vlak voor mij het indrukwekkende kloostercomplex opduiken op een gigantisch hoog rotsplateau.

20190708 164517 klooster rots la Verna Italie

Stap voor stap begon ik aan mijn laatste stijging richting het klooster. Toen ik boven kwam zag ik ook een uitgeputte Olga, zittend op een muur vlak bij het kruis.

Ik zwaaide en riep:

‘I’m so glad to see you again’

Ze lachte en nam meteen een foto van mijn laatste, vermoeide en vertraagde stappen richting het kruis.

Die avond sliepen we voor het eerst op een slaapzaal met twaalf andere pelgrims.

Hoe was dit mogelijk? Waar kwamen deze pelgrims ineens vandaan?

Tijdens de pelgrimsmaaltijd zaten we allemaal aan één tafel.

Niemand was gestart in Florence, behalve Olga en ik. Niemand sprak Engels, behalve Olga en ik.

Alle andere pelgrims begonnen pas hier hun tocht in La Verna en keken ons verbaasd aan. Alle andere pelgrims spraken alleen maar Italiaans.

Echter, er was nog één andere uitzondering in dit gezelschap….

Een Italiaanse jongen leek helemaal niet te kunnen praten.

Hij schreef zijn woorden op kleine briefjes in het Engels.

Ik dacht bij mezelf:

'wat is er met hem aan de hand?'

 

Lees hier het vervolg in Rome 4


Lees hier Rome 2 

 

ook zin om solo te wandelen in de Hinde Walk? nu ook van klooster naar klooster

Share This

Follow Us