Mijn cowboyhoed viel op de grond, ik plaste bijna in mijn broek…

Een paar meter voor mij stond ineens vanuit het niets een verschijning.

Een neergedaalde engel?

De verschijning gilde echter als een mens en leek op een vrouw!

Direct daarna barstten we allebei in lachen uit.

De vrouw riep:

‘wauw…ik schrik me een hoedje’

Ik riep terug:

‘enorm…ik ook’

We hadden elkaar totaal niet opgemerkt en waren allebei in de veronderstelling dat we helemaal alleen waren in de kerk!

Kennelijk was de vrouw op haar tenen naar binnen geslopen en stond ze al enige tijd met haar rug naar mij toe te frutselen in een plantenbak. Ze vroeg:

‘wat brengt jou hier?’

Ik antwoordde:

‘ik wandel als pelgrim’

Daaropvolgend zei ze:

‘is dat niet eenzaam zo alleen?’

Ik zei:

‘nee, overal heb ik leuke ontmoetingen’

De vrouw toonde oprechte interesse en we raakten verwikkeld in een leuk gesprek over pelgrimeren.

Ze gaf me de tip om in het volgende stadje Thorn naast de prachtige abdijkerk ook zeker de Loretokapel te bezoeken.

Ik bedankte haar en ging met een glimlach weer op pad.

Een klein uur later kwam ik aan in het prachtige witte stadje Thorn. Direct kreeg ik een vakantiegevoel alsof ik in het buitenland was.

Ik zag een klein hotel recht tegenover de prachtige abdijkerk en checkte in.

Die avond zat ik alleen aan een tafel in de tuin van het hotel voor mijn avondeten. Om me heen zaten allemaal stellen en gezinnen. In deze omgeving voelde ik me ineens weer ongemakkelijk zonder tafelpartner. Ik trof geen gelijkgestemden.

De volgende ochtend bezocht ik eerst de prachtige abdijkerk. Daarna liep ik door naar de Loretokapel even ten noorden van Thorn.

Ik trad binnen, de kapel zag er schitterend uit! Aan weerszijden hing een hele rij lange kaarsen aan de muren.

Ik nam plaats om even de schoonheid en de stilte te proeven.

Net toen ik mijn smartphone wilde uitzetten hoorde ik heel zachtjes prachtige muziek door mijn oordopjes heen klinken.

Ik deed mijn oordopjes in en hoorde:

‘Een schrijver stal mijn woorden, een zanger stal mijn lippen. Een danser stal mijn hart. In alle dingen schuilt voor mij een bron van diepere liefde, van een voller leven. Maar mijn verlangens zijn vaak gericht op illusies, gevangen in droombeelden. Ik vraag dat ik in vrijheid kan toestaan dat God de verschillende klanken in mijn hart samenbrengt tot een harmonieus en stralend liefdeslied’.

Wauw…

Wat een prachtig lied, zowel de tekst als de muziek raakten me!

Het bleek een lied te zijn van Finn Anderson, een Schotse Sing & Songwriter: ‘A dancer stole my heart’.

Vervuld en geïnspireerd liep ik de kapel weer uit, terug naar het centrum. Aan het eind van de ochtend verliet ik Thorn. Nog één keer keek ik met een blij gevoel achterom.

Het Pelgrimspad ging verder naar Kessenich.

Het was opnieuw heet en erg rustig op de weg.

Alleen in de verte zag ik een grijze stip. De stip kwam heel snel dichterbij.

Een moment later zoefde een wielrenner met een hoge snelheid langs mij heen.

Direct hoorde ik ook een keiharde schreeuw en piepende remmen op het asfalt.

Van schrik stond ik stil en keek achterom.

De wielrenner was gestopt, draaide zich om, liep met de fiets aan zijn hand naar mij toe en zei:

‘wat leuk om jou weer te zien’

‘ik dacht net aan jou’

De man droeg een helm, ik herkende hem totaal niet en zei verbaasd:

‘kennen wij elkaar?’

Hij antwoordde:

‘ik heb jou gisteren ontmoet!’

Nog verbaasder zei ik:

‘echt?’

Of ik had ineens een black-out of ik werd ter plekke gek. Ik kon mijzelf echt geen wielrenner herinneren.

Daaropvolgend zei hij:

‘ik was die man met die hond in Hunsel’

‘jij vroeg mij om water’

Ik zei:

‘wauw…nu zie ik het, een totale metamorfose’

De man vertelde dat zijn vrouw heel erg verbaasd had gereageerd omdat hij mij niet meegenomen had naar hun huis om water te geven.

Hij gaf aan dat hij uit Limburg kwam en bestempelde zichzelf om die reden als wat ingetogen. Zijn vrouw was echter een Amsterdamse.

Op dat moment baalde hij enorm en hij hoopte dat hij mij nog ergens zou tegenkomen.

Zowaar, wat bijzonder!

De man was een wielrenner maar had ook interesse in pelgrimeren.

Ineens vroeg hij:

‘hoe kom je in contact met jouw eigen pijn?’

Ik antwoordde:

‘uhm…wohh’

‘ik heb ervaren dat als ik pelgrimeer, mijn eigen pijn vanzelf gespiegeld wordt door mijn lichaam’

‘….of door andere mensen op mijn pad’

Daaropvolgend zei ik:

‘waarom ga je ook niet alleen naar Santiago?’

Hij antwoordde:

‘ik krijg kippenvel’

Nog steeds stonden we midden op de weg in de brandende hitte.

De ochtend was al zo goed begonnen, deze ontmoeting was opnieuw een cadeau.

Na een tijd namen we afscheid en ik vroeg hem om de hartelijke groeten over te brengen aan zijn vrouw.

Kessenich was in aantocht. Het dorp was compleet uitgestorven, niets te beleven. Ik liep door naar het volgende dorp Geistingen en zakte steeds verder af naar het zuiden langs de prachtige Maas.

Ik las in mijn routeboek dat in het volgende dorp Aldeneik een mooie Romaanse kerk moest staan, een overblijfsel van een vrouwenklooster uit de 12e eeuw. Ik was nieuwsgierig.

Eenmaal in het dorp werd ik vlak voor deze kerk tot stilstand gebracht door een hele aardige man. Hij stond aan de weg een cateringbus uit te laden en zei tegen mij:

‘jij hebt vast vers water nodig’

Ik kreeg geen tijd om te antwoorden, de man wenkte me om direct mee te komen.

Deze keer had ik nog genoeg water, maar met dit hete weer was vers koud water natuurlijk altijd welkom.

Voordat ik het wist, stond ik ineens met mijn grote rugzak midden in een chique bruiloftsparty.

Direct kwamen er twee obers in groene pakken naar mij toe.

Zij zeiden niets maar gaven heel duidelijk non-verbaal een grens aan zodat ik niet verder kon lopen.

Het voelde alsof ik niet welkom was tussen de bruiloftsgasten.

De cateringman daarentegen deed alsof hij dit allemaal niet zag. Prompt gooide hij mijn oude water weg pal voor de voeten van de obers.

Zelfverzekerd vulde hij daarna mijn flessen met vers water onder toeziend oog van de obers. De obers bleven net zo lang voor mij staan totdat ik weer weg ging.

De cateringman straalde, wat een mooi gebaar!

Al tobbend liep ik verder.

Natuurlijk had ik niets te zoeken op deze bruiloft. Toch voelde het raar en niet fijn om me zo niet welkom te voelen. De angst bij de obers was duidelijk zichtbaar. Alsof ik al dansend met mijn rugzak de bruiloft zou verstoren. 

Ondertussen trok ik aan de deuren van de Romaanse St. Annakerk. Deze was dicht...helaas.

Toen ik na een tijd op een splitsing bij de Maasoever twijfelde over de richting, werd er achter mij getoeterd. Ik keek om. Een man stak zijn hoofd uit het raam en zei:

‘dame, wil jij een lift?’

Lees het vervolg in Pelgrimspad 8

Lees meer over de volgende Hinde Walk

Share This

Follow Us